01.04.2008
Jongeren willen persé niet ‘telewerken’.
Met de op één na grootste verkeersopstopping aller tijden nog vers in het geheugen komt het jongste onderzoek naar thuiswerken van Ernst & Young precies op tijd, naar het lijkt. Aan de gestaag toenemende lengte van de files (circa 15% in 2007), zou je het niet zeggen, maar telewerken neemt toe, zegt het rapport ICT Barometer, zij het in lichte mate.
Het aantal thuiswerkers is, zoals de afgelopen jaren, weer toegenomen. Dit keer met 4%. De tweemaandelijkse ICT Barometer van Ernst & Young vroeg 600 Nederlandse directeuren, managers en professionals uit bedrijfsleven en overheid of zij al dan niet gedeeltelijk thuiswerken.
Ja, zeggen bijna twee van de drie werknemers in de dienstverlenende sector (60 procent). Ja, zegt maar 40% van de ondervraagden bij de overheid. Tegenover een magere 24%van de jongere werknemers (tot 34 jaar) die thuis werken acceptabel vinden staat 56% van de oudere (50 plussers) werknemers te springen om te 'telewerken'.
Van de thuiswerkers verwacht een kwart in het komende jaar nog meer vanuit huis te zullen werken. En het zijn vooral grote bedrijven waar die verwachtte toename het sterkst is.
Het aantal uren dat vanuit huis wordt gewerkt blijft een lichte stijging vertonen. Circa de helft van de ondervraagde managers werkt deels vanuit huis, gemiddeld 11 uur per week. Ook hier is de kloof tussen jong en oud goed te zien. Jongeren werken gemiddeld 7 uur per week thuis, ouderen 15 uur.
De volledige ICT Barometer over telewerken is te downloaden bij Ernst & Young en in de NBL Kennisbank.